 |
| let op gemiddelde per km |
De training dinsdag is een dieptepuntje. Ik besluit met groep vijf mee te gaan en manmoedig ren ik voor een pyramide mee het bos in. Daar begint de knie op te spelen. De loopscholing laat ik aan me voorbijgaan. De pyramide laat ik schieten. Ik besluit rustig voor mezelf te lopen. Maar het stilstaan en opstarten heeft dan al zijn tol geƫist. Ik wandel terug naar Ciko (zie grafiek). Rennen trekt de knie even niet.
Tot zover het dieptepunt.
Vandaag bij fysio J. langs geweest, zelf een oud-top-atlete. We zitten in een kaal hok achter het krachthonk van Ciko. De jeugd speelt dreunmuziek, maar we maken ons verstaanbaar. J. buigt, rekt, strekt de knie. Laat me op ƩƩn been staan, springen, buigen. 'Ik ga door tot je pijn voelt, maak je geen zorgen', zegt ze.
 |
| di avond dieptepunt |
Vervolgens stuurt ze me een rondje de baan op. Daar begint de knie te sputteren. Een paar versnellinkjes en ik voel hem. In het hok duwt en trekt ze weer tot we samen de pijnplek hebben vastgepind. Die zit boven de meniscus op het bovenbot aan de binnenkant van de knie.
Inderdaad, daar waar ik de knie gestoten heb. Een 'bone bruise' noemt ze het. Een botkneuzing. Dat kan even duren, maar het komt goed. Volgens haar komt het zelfs goed voor Berlijn. Ik mag rustig trainen, drie keer in de week als ik beloof mijn pijngrens laag te houden. Wie mij kent, onder andere uit de
maasdijkmarathon, weet dat dat mentaal bij mij wel goed zit: als het even pijn doet, geef ik graag op......
Opgelucht ben ik overigens dat de diagnose van M. niet op waarheid blijkt te berusten. Volgens mijn mooie dame loop ik te veel op mijn herstelsloffen. 'Slecht voor je knieƫn', mompelt ze dan.